De balans van de geslachtshormonen van de vrouw, namelijk oestrogeen, progesteron en testosteron kunnen tijdens het leven nogal veranderlijk zijn. Ze zijn redelijk stabiel voor de puberteit en ver na de menopauze. In de tussenliggende periode kunnen ze alle kanten op vliegen.
De eerste menstruatie
Zo komt er in de puberteit een beetje sputterend een maandelijkse cyclus op gang waarbij vooral in het eerste jaar de aanmaak van progesteron in de ‘luteale’ fase van de cyclus te wensen overlaat met vaak een korte cyclus met hevige bloedingen als gevolg.
Een evenwichtige hormoonspiegel?
Daarna volgens de meest vruchtbare jaren met hopelijk een stabiele cyclus al komt een onregelmatige cyclus die vaak veroorzaakt wordt door PCOS ofwel polycyclisch ovarium syndroom steeds vaker voor.
Langzaam meer klachten…
Na het vijfendertigste levensjaar wordt de kans op zwanger worden kleiner, omdat de progesteronfase weer zwakker wordt. Oestrogeen is dan relatief sterker dan progesteron wat de kans op ‘oestrogeendominantie’ groter maakt, met allerlei vrouwenklachten als mogelijk gevolg.
De menopauze zelf
De menopauze, die gedefinieerd is als de ‘laatste menstruatie’ (gemiddeld op 51-jarige leeftijd), is geen abrupte transformatie naar een stabiel lager hormonaal niveau. De hormoonspiegel kan zowel voor (pre menopauze) als tot ver na de menopauze (post menopauze) flink schommelen, met de kenmerkende overgangsklachten als gevolg. Overgangsklachten veroorzaakt door vrouwelijke hormonen kunnen komen door een hormoontekort, een onbalans tussen de hormonen en door hormoonschommelingen.
Uiteindelijk zullen de vrouwelijke hormonen minder schommelen en stabiel op een lager niveau uitkomen, maar dit kan bij sommige vrouwen meer dan tien jaar duren (lees hier de blog over de: fases van de overgang).
En zo gaan de vrouwelijke hormonen door de jaren heen.

