Blog > Klachten oplossen > Insulineresistentie: symptomen, test en omkeren

Insulineresistentie: symptomen, test en omkeren

Bij insulineresistentie reageren je cellen minder goed op het hormoon insuline. Je lichaam moet dan steeds meer insuline aanmaken om je bloedsuiker op peil te houden. Insulineresistentie komt steeds vaker voor en is vaak de voorloper van diabetes type 2. Het geeft lang niet altijd duidelijke klachten, maar je kunt het herkennen aan bijvoorbeeld energiedips, zoetbehoefte en buikvet. Het goede nieuws is dat je het met voeding, beweging, slaap en minder stress vaak kunt omkeren. In deze blog vertel ik je over de oorzaken, symptomen, testen en behandeling.

Wat is insulineresistentie?

Bij insulineresistentie zijn lichaamscellen als het ware ongevoelig geworden voor het hormoon insuline. De reden hiervan is dat insulinereceptoren niet meer goed reageren op de aangeboden insuline.

Hierdoor wordt glucose minder goed in de cellen opgenomen en kan de bloedsuikerspiegel op de lange termijn gaan stijgen, kan prediabetes ontstaan en in het ergste geval zelfs diabetes type 2 (vroeger ‘ouderdomssuikerziekte’ genoemd, maar het komt tegenwoordig ook bij jonge mensen voor) door een arts geconstateerd worden.

Vaak is er sprake van insulineresistentie bij het metabool syndroom (verhoogde bloedsuiker, hoge bloeddruk, hoog cholesterol en overgewicht), maar er zijn ook slanke mensen met ongevoelige insulinereceptoren.(1)

Hyperglykemie

Vaak verhoogde suikerspiegels (hyperglycemie of hyperglykemie) kunnen op de lange termijn versuikeringsschade of glycatie veroorzaken. Hierbij kunnen suikers gaan plakken aan eiwitten en vetten in ons lijf en voor meer (laaggradige) ontstekingen en veroudering zorgen.

Dit effect is vooral te zien bij diabetes, maar ook prediabetes en lichtere vormen van insulineresistentie zorgen voor versuikering als het chronisch van aard wordt.

Hypoglykemie (bloedsuikerdip)

In navolging van deze hoge bloedsuikerniveaus komt er bij sommige mensen een overcompensatiereactie waarbij de alvleesklier uit nood de bloedsuiker juist te ver verlaagt door te veel insuline te produceren (hyperinsulinemie). Deze bloedsuikerdip noemt men ook wel hypoglycemie (of hypoglykemie).

In een suikerdip kun je je moe, lusteloos en depressief voelen en dit kan ervoor zorgen dat er flinke ‘cravings’ ontstaan naar ongezonde zoete zwaar bewerkte snacks bestaande uit suiker, vet, zout en veel calorieën.

Daarom is een voedingspatroon voor mensen die insulineresistent zijn makkelijker vol te houden wanneer de gekozen maaltijden de bloedsuiker maar langzaam verstoren en er geen bloedsuikerschommelingen en bloedsuikerdips ontstaan.

Insulineresistentie verhoogt ook de kans op het krijgen van PMOS, voorheen PCOS (polycysteus ovarium syndroom). (1)

Download gratis hormoontest

Wat is insuline?

Insuline is een hormoon dat wordt gemaakt in de alvleesklier. Het is het belangrijkste hormoon om je bloedsuiker te verlagen.

  • Een hormoon dat ervoor zorgt dat bloedsuiker opgeslagen kan worden in de lichaamscellen waardoor het bloedsuikergehalte niet te hoog oploopt.
  • Betrokken bij de vetopslag en het aanmaken van spierweefsel.
  • Een anabool hormoon dat wil zeggen dat het zorgt voor opslag, herstel en groei.
  • Wordt aangemaakt in de pancreas of alvleesklier (in de eilandjes van Langerhans).
  • Wordt vrijgegeven wanneer de bloedsuiker te hoog is, maar ook wanneer er veel aminozuren (eiwitten) in ons bloed circuleren.

NB. Suiker wordt in onze lichaamscellen opgenomen en gebruikt voor energie, maar ook als energievoorraad opgeslagen in de vorm van glycogeen (vooral in de spieren en de lever) of vet (in vetcellen).

Werking insuline – glucagon – glucose – glycogeen

Hieronder tref je een afbeelding waarin de werking tussen insuline, glucagon, glucose en glycogeen duidelijk getekend is.

insuline - glucagon glucose

Wat is de oorzaak?

Voor insulineresistentie zijn meerdere oorzaken en vaak is het een optelsom van een aantal dingen. Natuurlijk is er net als bij iedere lichamelijke klacht een genetische component, maar de leefstijl kan ervoor zorgen dat bepaalde genen tot uiting komen. Als we kijken naar leefstijl dan zien we een aantal dingen die de kans verhogen op insulineresistentie:

  • Overgewicht en veel buikvet of orgaanvet (metabool syndroom) (2)
  • Hoge inname van sterk bewerkte (geraffineerde) voedingsmiddelen met toegevoegde suikers die de bloedsuiker snel laten stijgen (3)
  • Inactief leven (4)
  • Chronische stress (5)
  • Laaggradige ontstekingen door bijvoorbeeld voedselovergevoeligheden, ‘lekkende darm syndroom’, onbalans in de darmbacteriën, hoge suikerinname en stress. (6)
  • Roken (7)
  • Hoge alcohol- en fructoseconsumptie (alcoholische en niet-alcoholische leververvetting) (8) (9)
  • Zwangerschap (zwangerschapsresistentie en zwangerschapsdiabetes) (10)
  • Slaaptekort (slaapgebrek) (11)
  • Gebruik van bepaalde medicijnen zoals corticosteroïden (12).
  • De overgang. Door de daling van oestrogeen worden de cellen bij veel vrouwen minder gevoelig voor insuline.

De bloedsuikerspiegel

Hieronder tref je een afbeelding waarin het verschil in stijging van de bloedsuikerspiegel te zien is in een normale situatie, prediabetes en bij diabetes.

Reactie van de bloedsuiker insulineresistentie - diabetes

Wat zijn de symptomen en klachten?

Insulineresistentie geeft lang niet altijd duidelijke klachten. Veel mensen merken er jarenlang weinig van. Toch zijn er signalen die erop kunnen wijzen. Je kan op korte termijn herkennen of je insulineresistent bent aan:

  • Bloedsuikerdips en bloedsuikerschommelingen
  • Stemmingswiselingen
  • Weinig energie en lusteloos gevoel tussen maaltijden
  • Depressieve gevoelens
  • Zoetdrang en snaaineigingen tijdens bloedsuikerdips.

Lichamelijke kenmerken die vaak bij insulineresistentie horen, zijn veel buikvet, een grote buikomvang en donkere, fluweelachtige plekken in de huid van de nek, de oksels of de liezen. Ook kleine huidaanhangsels (steeltjeswratten) in de nek of oksels komen vaker voor. Bij vrouwen kan insulineresistentie samengaan met haaruitval op het hoofd, overbeharing en een onregelmatige cyclus, zoals bij PMOS.

Op de lange termijn herken je of je insulineresistent bent aan de volgende symptomen van suikerschade (vooral bij prediabetes en diabetes type 2):

Kan ik een test doen?

De dokter heeft meerdere testen ter beschikking om zijn vermoedens van insulineresistentie te bevestigen. Vaak kiest men voor een combinatie van testen. Voorbeelden van deze testen zijn:

  1. Orale glucosetolerantietest: Hierbij wordt een dosis glucose toegediend en wordt de uren erna gekeken hoe de bloedsuikerspiegel hierop reageert. Wanneer de bloedsuiker te ver schommelt in de uitslag van de bloedtest, kan dit betekenen dat de insuline niet goed werkt en de receptoren niet gevoelig genoeg zijn voor insuline.
  2. Nuchtere meting van de bloedsuiker en de insuline. Wanneer deze verhoogd zijn bij het meten kan dit duiden op insulineresistentie. Hierbij kan de HOMA-IR-waarde berekend worden.
  3. HbA1c: Hierbij wordt gekeken hoe groot de suikerschade aan de rode bloedcellen (hemoglobine) is. Rode bloedcellen worden in ongeveer 120 dagen vernieuwd. De HbA1c is een maat voor de suikerschade (glycatie) in het lichaam en geeft een beeld van je gemiddelde bloedsuiker in de afgelopen twee à drie maanden. Bij (zware) insulineresistentie, prediabetes en diabetes type 2 is deze vaak verhoogd.
  4. Triglyceriden. Een verhoogd niveau van triglyceriden kan betekenen dat er insulineresistentie is.

Goed om te weten is dat de huisarts insulineresistentie zelf meestal niet meet. Hij kijkt vooral naar je nuchtere bloedsuiker en je HbA1c, om te zien of er sprake is van prediabetes of diabetes. Een nuchtere bloedsuiker onder de 6,1 mmol/l is normaal, tussen 6,1 en 6,9 wijst op een verhoogde nuchtere bloedsuiker, en vanaf 7,0 is er sprake van diabetes. Insulineresistentie kan al jaren bestaan voordat je bloedsuiker verhoogd is.(14)

Welke behandeling (oplossing) is aan te raden?

Voor het omkeren van het sluimerende proces van insulineresistentie en diabetes (en gebruik van bloedsuikerverlagende medicatie te voorkomen) zijn er meerdere maatregelen aan te raden. Voorkomen van diabetes type 2 is immers beter dan genezen.

De juiste voeding (dieet – afvallen)

  1. Afvallen is bij overgewicht van belang om de insulineresistentie te verminderen en insulinereceptoren gevoeliger te maken.
  2. Daarnaast zijn voedingskeuzes aan te raden waarbij de bloedsuiker maar langzaam verstoord wordt. Vaak wordt er gesproken over een koolhydraatarm dieet (low carb), maar dit is niet per se nodig als je kiest voor koolhydraatbronnen die veel vezels bevatten die de bloedsuikerstijging remmen (slowcarbdieet).
  3. Naast vezels kunnen ook vetten in de maaltijd de snelheid van de bloedsuikerstijging verlagen, dus obsessief vetten gaan vermijden om de calorie-inname maar zo laag mogelijk te krijgen kan averechts werken.
  4. Verder is het van belang te achterhalen welke voedselovergevoeligheden je hebt en welke voeding je optimaal verteert om het immuunsysteem zo min mogelijk te belasten. Glutenvrije en zuivelvrije eetpatronen zoals in het Hormoonfactor-programma of het oerdieet kunnen erg goed werken.
  5. Alcoholische dranken zouden zeer met mate gedronken moeten worden.

Dagelijkse beweging en wekelijkse training

Als het gaat over training- en beweegprogramma’s om de insulinereceptoren zo gevoelig mogelijk te krijgen, dan zijn krachttraining en intervaltraining zeer aan te raden. Ook een korte wandeling na de maaltijd helpt om de bloedsuikerstijging te dempen.

Stressreductie

Wanneer er sprake is van chronische stress dan is dit een belangrijk aandachtspunt. Cortisol verhoogt immers ook de bloedsuiker en maakt cellen nog ongevoeliger voor insuline. In dat geval is een begeleiding door een stresscounselor zeer aan te raden.

Stoppen met roken

Stoppen met roken vermindert insulineresistentie.

Goed slapen

Zorg voor een goede slaap en een regelmatig dagritme.

Medicatie

Lukt het niet om met leefstijl voldoende resultaat te boeken, of is er al sprake van diabetes type 2, dan kan de arts medicijnen voorschrijven. Het bekendste middel is metformine, dat de gevoeligheid voor insuline verbetert. Bij overgewicht kunnen ook nieuwere middelen, zoals GLP-1-middelen, worden ingezet. Een gezonde leefstijl blijft daarbij altijd de basis.

Wanneer naar de huisarts?

Laat je bloedsuiker controleren als je veel dorst hebt, vaak moet plassen, erg moe bent of wondjes slecht genezen. Doe dat ook als je overgewicht hebt en diabetes in de familie voorkomt, als je zwangerschapsdiabetes hebt gehad, of als je PMOS hebt.

Veelgestelde vragen

Kun je insulineresistentie omkeren?

Ja, in veel gevallen wel. Afvallen bij overgewicht, regelmatig bewegen, krachttraining, gezonde voeding, goed slapen en minder stress maken je cellen weer gevoeliger voor insuline. Hoe eerder je begint, hoe groter de kans op succes.

Hoe weet je of je insulineresistent bent?

Signalen zijn energiedips, zoetbehoefte, veel buikvet en donkere plekken in de huidplooien. Zekerheid geeft bloedonderzoek, bijvoorbeeld van je nuchtere bloedsuiker, je insuline en je HbA1c.

Is insuline een hormoon?

Ja, insuline is een hormoon dat in de alvleesklier wordt gemaakt en je bloedsuiker verlaagt.

Wat is glucose-intolerantie?

Glucose-intolerantie betekent dat je lichaam suiker minder goed verwerkt, waardoor je bloedsuiker na het eten te hoog wordt. Het is vaak een gevolg van insulineresistentie en een voorstadium van diabetes type 2.

Ralph Moorman

Ir. Ralph Moorman is ingenieur levensmiddelentechnologie en specialist op het gebied van voeding in relatie tot hormonen. Op de Wageningen Universiteit heeft hij veel geleerd over voeding en zich vervolgens verdiept in de relatie van voeding tot ons hormoonsysteem. Moorman geeft zelf leefstijladvies binnen zijn vakgebied en verwijst door naar artsen om tot het beste resultaat te komen. Hij schreef drie boeken over dit onderwerp en is daarnaast docent bij het Hormoonfactor Instituut.
Scroll naar boven
0 Shares
Tweet
Share
Share